De oorsprong van de kookunst

Waar is de kookkunst begonnen?        
 
Begon de kookkunst bij het eten van vis, van vlees of bij enkele gestoofde spreeuwen, een eitje verwarmd door de zon, gevonden in een nest waar de mens de vogel verjoeg?
 
Hoe is het bereiden van voedsel begonnen? Kwam het wellicht door een stuk vlees dat geroosterd was door brand na een blikseminslag? Een slimme voorouder legde het verband tussen verhitten en vlees. En de anderen werden aangetrokken door de geur of door de andere smaak. Wat werd het eerste bereid, een vrucht een knol of vlees?
 
Hoe aten ze? Gulzig, als wilde dieren, of voorzichtig, met kleine hapjes? Wij zullen het nooit weten.
Wat wij wel weten is dat de mens door de kookkunst een enorme sprong vooruit maakte. Door de uitvinding van het vuur op verschillende delen in de wereld is alles in een stroomversnelling geraakt. Er zijn veel manieren bedacht om het eten te bereiden.
Stel je voor. Een mens liep langs het water van de grote rivieren, toen nog vol met zalm. Het maakt niet uit waar.
In Rusland langs de Wolga, in Nederland langs de Maas en Waal. Wat we wel weten, halen we uit de opgegraven restanten. Men maakte een kuil in de aarde, legde daar een gloeiende steen of gloeiend houtskool in. Vervolgens legde men daarop het stuk vlees of vis, gewikkeld in bladeren. De speciaal daarvoor uitgezochte bladeren bevatten sappen om de structuur van het vlees open te maken. Men dekte de bladeren af met zand en na uren garen was het gereed voor het gebruik.
Langs rivieren is altijd vis, vlees of gevogelte. Dus er is altijd wat eten. Toen de mens later het land ging bewerken, gaf hij zijn nomadenbestaan op. Jagers werden boeren, eerst nog in bescheiden hutten en kleine keuterboerderijtjes. Het vee werd gehouden als slachtvee. En hij moest leren conserveren, anders kwam hij de winter niet door.
 
 Hij kweekte planten die hij in de vrije natuur had ontdekt en die eetbaar waren.
 
   
 
Men maakte netten van planten vezels om vis te vangen. Men gebruikte de blazen en magen van runderen en varkens om het voedsel in te bewaren, zodat ze in de wintermaanden te eten hadden. De mens leerde ook het verschil tussen de noodzaak van eten en het genieten van eten. In door weer en wind uitgeholde boomstammen en in de gaten in de bomen waar ijverige bijen hun honing verzameld hadden, werden mede en wijn gebrouwen.
In de loop van de tijd werd de mens efficiënter in zijn dagelijkse kookroutine. De tijden van het garen werd verkort door het eten in kleipotten te koken. Je kon in die periode nog niet spreken van een regionale keuken. De op een soep lijkende massa leek nog het meest op een Olipodrigo. Dit is een stoofpot die eeuwenlang gelijk is gebleven. Voor ons lijkt dit voedsel extreem, voedsel maar de gevulde vogels waren niet alleen voor de pittige en kruidige smaak gevuld. Het had ook als doel het gevogelte malser te maken.
 
 
Later, in het begin van de jaartelling, had men leren genieten van de kookkunst, door het verwerken en conserveren van vruchten, wortels en kruiden. Het gebruik om deze als smaakstof te gebruiken stond hoog in het vaandel.
 
De mens genoot ook van natuurverschijnselen zoals in de wintermaanden het ijs op sloten en vaarten. Hij  bedacht een manier om dit te gebruiken. Hij verzamelde brokken ijs en bewaarde het in putten en kelders afgedekt met stro. Het ijs werd bewaard om het eten koel te houden in de zomermaanden.
 
Informatie werd niet opgeschreven maar werden van ouder op kind doorgegeven. Het was ook niet nodig om het op te schrijven, want alle handelingen werden dagelijks herhaald. De leefgemeenschappen waren klein en je zag immers hoe je ouders, opa of oma handelden. Waar het kon, hielpen kinderen al jong mee in het ritme van de dag. Mensen verbinden voedsel met liefde. Het begint al met de vrouwenborst die ons ooit voedde, maar die later andere begeertes oproept.
 
Het ritme van de jaarcyclus en seizoenen werden langzaam veranderd. De mens ging de tijd vastleggen en indelen. Eerst was het de zonnewijzer, later de klok van de kerktoren en nu de digitale klok, die onze dagindeling bepaalt.
 
Vier eeuwen lang, culinaire tradities van wieg tot graf
 
Tradities binnen een familie worden vaak aan tafel doorgegeven. Herinneringen aan een eetmoment, dat kan van alles zijn. Het gezamenlijk boodschappen doen, dekken van de tafel, helpen met de voorbereidingen van het avond eten.
“Dat was lekker”, deze uitspraak geeft de grootste voldoening voor de gastvrouw of je moeder. Vooral de warme maaltijd is een belangrijk onderdeel geworden van ons dagelijks leven, eigenlijk elke maaltijd. Al eeuwenlang. Overgedragen van schop tot bord, ontstaan in de aarde waaruit het dagelijks eten mocht groeien en uit de handen van de mensen die het hebben geoogst.
Het eten met elkaar was eeuwenlang een dagelijks ritueel in elk gezin. Je schoof aan tafel en snoof de geuren op. Dit was vaak ook het moment om het gebed uit te spreken. Een dankritueel. Het blijft in onze herinnering hangen, samen met de geur. Het is niet voor niets dat geuren zo sterk in onze herinnering blijven.
 
                                                                                                              Rouw traditie
 
Maar waarom eten wij eigenlijk?
 
De geschiedenis van onze eetgewoonten gaan gelijk op met de seizoenen. Bij het voorbij gaan van het oude jaar en het wachten op het nieuwe jaar blikken we terug. En we kijken we vooruit naar wat het nieuwe jaar zal brengen, wordt het vruchtbaar of …… er is zoveel goeds te wensen.
Er zijn nog veel producten, die gebonden zijn aan een bepaalde tijd van het jaar. Dit geldt niet alleen voor groenten en vruchten, maar ook voor producten zoals vis, gevogelte. Hoewel veel producten worden geconserveerd, blijven de verse producten beter. Niet alleen beter van kwaliteit maar ook beter in prijs, in het seizoen liggen de prijzen aanzienlijk lager. En denk aan de geur en smaak, die zijn altijd beter in het goede seizoen.
Nederland heeft een multicultureel historisch geheugen, want veel culinaire tradities komen niet alleen uit ons eigen land. Door alle eeuwen heen brachten reizigers veel nieuwe culinaire tradities met zich mee. Zo namen de kruisridders, soldaten, zeelui en de vele reizigers thee, koffie, maar vooral specerijen zoals, peper, zout, foelie, nootmuskaat en kaneel met zich mee. Deze behoren al eeuwen tot ons culinair erfgoed.
 
 

 
Eikensingel 30·8433 JK Haulerwijk·0516-426626·E-mail: info@carolina-verhoeven.nl